Gaming
 

Eragon Schimmendoder

Uit Erfgoed Wiki


Eragon Shadeslayer
Biografische informatie
Geboren 15 BBRW
Gestorven Onbekend
Lichamelijke beschrijving
Volk Mens
Geslacht Mannelijk
Grootte Onbekend
Haar Bruin
Ogen Bruin
Chronologische en politieke informatie
Betrekking Drakenrijders, Varden, Dwergen, Elfen, Draken
Draak Saphira
Mentors Brom, Oromis
Deze pagina gaat over Eragon Schimmendoder. U zocht misschien Eragon I.

Eragon Schimmendoder, of Eragon Argetlam, was een mannelijke mens, de eerste in een nieuwe generatie Drakenrijders. Hij werd opgeleid door Brom en Oromis, en werd gekozen door Saphira, een blauwe draak, als haar Rijder.

Eragon groeide op als wees, zonder enige echte kennis over zijn ouders, behalve de naam van zijn moeder, Selena, maar ontdekte later dat hij magische vermogens bezat en voorbestemd was om het kwaad, onder leiding van Koning Galbatorix, te bestrijden. In de Slag van De Brandende Vlakten kwam hij Murtagh tegen, eens zijn vriend en bondgenoot, die zijn broer en de zoon van de beruchte Meinedige, Morzan, bleek te zijn.

Ondanks het enorme leeftijdsverschil dat hen scheidde was Eragon verliefd op de elfenprinses Arya. De romantische spanning tussen hen speelde een rol in veel van zijn avonturen, hoewel Arya meestal zijn benaderingen afwees.


Inhoud

[bewerken] Geschiedenis

[bewerken] Vroege Leven

De eerste vijftien jaar van zijn leven leefde Eragon op een boerderij in het kleine dorpje Carvahall. Zijn moeder, Selena, verdween kort nadat hij geboren werd, en hij wist niet wie zijn vader was. Selena liet haar broer, Garrow, en diens vrouw, Marian, voor hem zorgen. Marian vertelde Eragon waarschijnlijk kort voor ze stierf dat zij en Garrow niet zijn echte ouders waren.

Brom vertelde hem vaak verhalen over de Draken en de Drakenrijders van vroeger, en over hoe Koning Galbatorix aan de macht kwam. Als het Rijk wist dat Brom dit verhaal vertelde, zou hij "de nieuwe maan niet meer zien".

[bewerken] De vondst van Saphira's ei

"Bovendien heb ik iets gevonden wat misschien geld waard is."
"Wanneer de kramers komen, kunnen we hun vragen wat hij waard is. Verkopen is waarschijnlijk het beste. Hoe minder we met magie uitstaande hebben, des te beter is het..."
— Eragon en Garrow
Eragon vindt Saphira's ei.

Eragon ging vaak jagen, en in 0 BBRW leidde zijn prooi, een klein hert, hem naar het Schild, een wilde bergenketen dicht bij Carvahall die door de meeste anderen werd gevreesd. Toch was Eragon er niet bang voor, en hij was de enige jager in de buurt van Carvahall die het durfde te betreden.

Toen hij op het punt stond om zijn boog te spannen verbrak een explosie de stilte en jaagde het hert op de vlucht. Eragon probeerde het achterna te gaan, maar draaide zich om en zag dat waar de explosie van licht was geweest, er nu een glimmende blauwe steen was.

Hij raapte het voorzichtig op en besloot dat hij het zou kunnen ruilen voor voedsel. Twee dagen later bereikte hij Carvahall en probeerde het te verkopen aan een slager, Sloan, die eerst dacht dat hij vlees kwam kopen. Sloan was geïnteresseerd in de steen, maar omdat Eragon niet wist hoeveel hij waard was, vertelde hij hem dat hij er drie kronen voor wilde geven, tenzij een kramer zijn waarde kon achterhalen. Hoewel het een heel onredelijk bod was—Eragon schatte het tien keer zoveel—kwamen de kramers slechts naar Carvahall in de winter en de lente, dus hij aanvaardde het aanbod van de slager.

Maar na gehoord te hebben waar de steen vandaan kwam werd Sloan furieus en zei dat hij nooit iets te maken wilde hebben met iets dat uit het Schild kwam. Het liep bijna op een gevecht uit. Een smid, genaamd Horst, die de herrie hoorde kwam binnen en vroeg Sloan wat er aan de hand was. De slager beweerde dat Eragon was binnengekomen, hem was beginnen lastigvallen en niet weg wilde toen het hem gevraagd werd, maar na het echte verhaal gehoord te hebben van Eragon nam Horst Sloan zelf voor zijn rekening en kocht met zijn eigen geld voedsel voor Eragon. Eragon bedankte Horst en zei dat hij bij hem zou komen werken in de lente.

Hij ging terug naar de boerderij van zijn oom en toonde Garrow de blauwe steen. Zijn oom legde uit waarom Sloan zo boos was geweest: zijn vrouw, Ismira, was een jaar voor Eragons geboorte verdronken in de Igualdawatervallen in het Schild.

[bewerken] Kramers

Negen dagen na Eragon terugkomst vestigde zich een hevige sneeuwstorm over de vallei. Eragon maakte zich zorgen of de kramers dit jaar wel zouden komen. Acht dagen later vertelde zijn neef Roran dat de kramers nog niet waren gekomen. Wanhopig vond Eragon die nacht voetafdrukken op de weg, die de aankomst van de kramers bevestigden.

Eragon, Roran en Garrow kwamen de volgende dag in Carvahall aan, waar de handelaars waren samengekomen met hun kramen, en toonden de steen aan een kramer genaamd Merlock. Na het onderzocht te hebben zei hij dat hij, net als Eragon, zijn waarde niet kende, en dat wie het ook gemaakt had werktuigen had gebruikt die hij nooit eerder gezien had—of magie. Eragon en Garrow waren ook geschokt te horen dat het hol was. Eragon vroeg nogmaals wat het waard was. Merlock kon het niet vertellen, maar hij wist dat andere mensen buiten Carvahall er veel voor zouden betalen.

Ook vertelde hij hen van het nieuws dat de Urgals bevolkte gebieden doorkruisten. Hele dorpen waren gedwongen geweest te verhuizen omdat Urgals hun akkers hadden vernietigd. En wat nog onheilspellender was waren de meldingen van de verschijning van een Schim.

Later, in de Zeven Schoven, bespraken twee kramers het "goede" van het Rijk. Anderen begonnen hen gelijk te geven, maar de twee kramers hadden geen antwoord op Eragons vraag naar bewijs, behalve dat het een kwestie van "gezond verstand" was. Dit veroorzaakte een oproer in de taveerne.

[bewerken] Het ei broedt uit

Eragon hield de "steen" voor zichzelf, and was geschokt toen het uitbroedde tot een vrouwtjesdraak. Hij raakte haar aan met zijn handpalm, wat hem de gedwëy ignasia bezorgde, het kenteken van een Drakenrijder.

Aangezien elke verwijzing naar de tijd van de Drakenrijders verboden was in het Rijk bracht Eragon de draak in het geheim groot, verscheurd tussen de vreugde met zijn nieuwe kameraad en zijn vrees voor wat zou gebeuren als het Rijk ontdekte wat hij had verborgengehouden. Hij besloot haar te houden en bouwde een huis voor haar, hoog in de takken van een boom. Na Brom, de verhalenverteller van het dorp, geraadpleegd te hebben, onder andere om een goede naam voor een draak te vinden (zonder hem over zijn draak te vertellen), noemde hij haar Saphira, omdat ze blauw was. Een tijdje lukte het hem haar verborgen te houden, maar toen Saphira en haar eetlust bleven groeien besefte hij dat hij haar bestaan niet veel langer geheim zou kunnen houden.

Alles ging goed tot twee onheilspellende, machtige wezens met een kap, de Ra'zac, naar Carvahall kwamen om het drakenei te zoeken. Even nadat hij gewaarschuwd was over de vreemdelingen redde Brom Eragon van hen. Hij bevestigde ook dat Eragon inderdaad een Rijder was (wat Eragon op dat moment niet wist) na Eragons pols om te draaien, waardoor de gedwëy ignasia zichtbaar werd. Saphira, die nu haar gedachten geestelijk kon communiceren, dwong Eragon met haar te vluchten, terwijl de Ra'zac Eragons boerderij vernietigden en Garrow dodelijk verwondden.

Toen Eragon voor het eerst op Saphira reed liep hij verschrikkelijke verwondingen op van haar schubben, die zijn benen zo schraapten dat het zijn huid openreet, waardoor hij vreselijk bloedde. Als hij dat op voorhand had geweten, zou hij een zadel op gezet hebben.

[bewerken] Drakenrijder

[bewerken] Zoektocht naar Wraak

Brom geeft Zar'roc aan Eragon.

Eragon, Saphira en de geheimzinnige verhalenverteller Brom besloten jacht te maken op de Ra'zac en Garrow te wreken. Tijdens hun reis leerde Brom Eragon zwaardvechten en meer over de geschiedenis van de Drakenrijders. Tot zijn verassing kwam Eragon te weten dat hij vernoemd was naar de allereerste Drakenrijder, Eragon I.

Terwijl ze rond de Utgard trokken, naar Yazuac, gebruikte Brom magie om een vuur aan te steken, terwijl hij deed alsof hij vloekte. Eragon kwam dit te weten (volgende paragraaf) nadat hij dezelfde bezwering gebruikte om zichzelf te redden van Urgals.

Toen hij later Brom en zichzelf probeerde te verdedigen in een hinderlaag van de Urgals in Yazuac, ontdekte hij dat hij in staat was magie te gebruiken. Door Brom hierover te ondervragen leerde hij dat alle Drakenrijders magische vermogens bezaten, en Brom nam vervolgens de taak op zich om Eragon te instrueren in het juiste gebruik van de gave.

Na een tijdje raakten ze het spoor van de Ra'zac kwijt, maar ze konden de Seithrolie, de substantie die de Ra'zac hadden gebruikt om Garrow te doden, in de havenstad Teirm opsporen. Met de hulp van Broms goede vriend Jeod gebruikten ze de handelspapieren in het archief van de stad en ontdekten dat de Ra'zac zich in de Helgrind bevonden.

Tijdens hun verblijf in Teirm leerde Eragon lezen en schrijven - vaardigheden die Garrow onnodig had beschouwd - en ook schouwen. Hij luisterde via magie een gesprek tussen Brom en Jeod af. Tot zijn verassing kwam hij te weten dat ze allebei lid waren van de Varden, een rebellenbeweging die het bewind van Koning Galbatorix tegenwerkte.

Eragon met Zar'roc.

Hij bezocht de winkel van Angela, een kruidenvrouw en een heks. Bij haar ontmoette hij een intelligente en mysterieuze weerkat, Solembum. Angela voorspelde hem zijn lot en onthulde dat hij een lang leven zou hebben, dat de grote machten van het land zouden strijden om hem voor zich te winnen, dat hij verliefd zou worden op een vrouw van edele afkomst, dat hij Alagaësia voorgoed zou verlaten en dat iemand van zijn eigen familie hem zou verraden. Nadien vertelde Solembum hem in geheimzinnige woorden dat als hij een wapen nodig had, hij moest kijken onder de wortels van de Menoaboom; en dat hij naar de Rots van Kuthian moest gaan en zijn naam moest zeggen om de Kluis der Zielen te openen wanneer zijn macht ontoereikend was.

Onderweg naar de Helgrind zag Eragon in een droom een beeldschone jonge vrouw. Hij sprak er met Brom over en vroeg zich af of hij haar had geschouwd in zijn dromen, maar Arya vertelde hem later dat ze had gereikt naar hulp en een vertrouwde geest had gevoeld, en dit was dus zijn droom. Hij zag dat ze in een gevangenis was, en betoverd door haar schoonheid besloot hij haar te zoeken en de gevangenis van elke stad die ze tegenkwamen te checken. Daarna verscheen ze nog een paar keer in zijn dromen.

Buiten de Helgrind werden Eragon en zijn metgezellen in een hinderlaag gelokt door de Ra'zac. Ze werden gered door een mysterieuze man genaamd Murtagh, maar niet voordat een dolk van de Ra'zac Brom dodelijk verwondde. Hij stierf kort daarna, na Eragon onthuld te hebben dat hij ooit een Rijder was geweest, en dat zijn gedode draak ook Saphira heette. Brom werd begraven en Saphira gebruikte haar magie om de tombe in diamant te veranderen. Eragon en Saphira besloten om samen met Murtagh de verborgen Varden te zoeken. Ze trokken naar Gil'ead, in de hoop daar een contactpersoon te vinden die hen naar de Varden kon leiden.

In Gil'ead namen Urgals onder bevel van Durza Eragon gevangen en sloten hem op in dezelfde gevangenis waar de vrouw, een elf, gevangen werd gehouden. Murtagh en Saphira ondernamen een gedurfde reddingsoperatie, maar kwamen Eragon tegen toen die al uit zijn cel was ontsnapt. Eragon, Saphira en Murtagh namen het op tegen Durza. Het gevecht eindigde toen Murtagh Durza een pijl in het hoofd schoot, waardoor de schim tijdelijk geen lichaam meer had. Eragon stond erop ook de elf te redden. Ze bleef bewusteloos gedurende hun reis naar de Beorbergen. Toen ze de Beoren hadden bereikt begon Eragon zich zorgen te maken en reikte met zijn geest naar haar uit, waardoor hij in staat was met haar te communiceren. Ze vertelde hem dat ze Arya heette en gaf hem de locatie van de Varden. Ze zei ook dat ze de Varden moesten bereiken als ze het wilde overleven, want ze was in haar gevangenis vergiftigd en zou sterven als ze binnen de vier dagen niet genezen zou worden.

[bewerken] Reis naar de Varden

Saphira, Eragons blauwe draak.

Eragon, Saphira, Murtagh, en Arya trokken snel door de Hadarac Woestijn om op tijd Farthen Dûr, de holle berg van de dwergen die de Varden onderdak verleende, te bereiken om Arya te redden. Onderweg werden ze achtervolgd door een klein leger van elite-Urgals, de Kull. Voordat ze Farthen Dûr bereikten onthulde Murtagh, die al de hele tijd afkerig was geweest om naar de Varden te gaan, dat hij de zoon van Morzan was, de eerste en de laatste Meinedige. De Kull dwongen het groepje de plaats waar ze rustten te ontvluchten, en Farthen Dûr opende om hen binnen te laten. Ajihad, de leider van de Varden, nam Murtagh gevangen toen hij eenmaal wist wie hij was. Er werd voor Arya gezorgd en Eragon en Saphira werden verwelkomd in Tronjheim, de dwergenhoofdstad van Farthen Dûr.

Eragon werd voorgesteld aan Ajihad en aan Hrothgar, de Koning van de Dwergen. Hij kwam ook Angela en Solembum tegen. Ajihad wilde Eragon naar Ellesméra zenden om zijn opleiding te voltooien; daarom onderzochten twee magiërs, bekend als de Tweeling, zijn magische vermogens. De Tweeling was wreed tegen Eragon en trachtte hem te gebruiken om meer kennis van de Oude Taal te vergaren. Een volledig genezen Arya kwam echter tussenbeide, en testte Eragon zelf in een zwaardgevecht. Hoewel hij duidelijk verslagen werd slaagde hij in de ogen van Arya de test.

De Varden respecteerden en eerden Eragon zelfs. Kort nadat hij in Tronjheim aankwam werd hij benaderd door een oude vrouw en een ouderloos kind, Elva, die onder de hoede van de vrouw was. De vrouw vroeg Eragon Elva te zegenen, wat hij allicht deed, door gebruik te maken van de Oude Taal: Atra gülai un ilian tauthr ono un atra ono waíse skölir frá rauthr. Hij dacht dat dit "Moge geluk en voorspoed uw deel zijn en moge tegenspoed u bespaard blijven" betekende, maar Eragon wist niet dat hij zei dat ze een "schild" mocht zijn voor tegenspoed, hij dacht dat hij "beschermd" tegen tegenspoed had gezegd. Saphira gaf het kind haar eigen speciale gift: een zilveren ster, gelijkaardig aan Eragons gedwey ignasia, op haar voorhoofd. Saphira vertelde Eragon dat het kind een voorname toekomst zou hebben.

Niet lang daarna dreigde er oorlog. Ajihad informeerde Saphira en Eragon over een onderschepte boodschap, dat onthulde dat een legioen Urgals en Kull naar de Varden marcheerden door de tunnels onder de bergketen.

In de strijd die volgde leken de Urgals de vesting over te gaan nemen. In Tronjheim ging Eragon de confrontatie weer aan met de bedreigende Schim Durza. Eragon kon niet tegen de Schim op, maar dankzij een plotse afleiding van Saphira en Arya was Durza's aandacht lang genoeg weg zodat Eragon hem in het hart kon steken. Eragon betaalde een verschrikkelijke prijs voor zijn daad: zijn rug werd verwond, en het litteken zou hem de volgende maanden enorm veel last bezorgen.

Door Durza's val brak de greep van de Schim over de geest van de Urgals, waardoor de overgeblevenen vluchtten of onder elkaar begonnen te vechten. Eragon verloor het bewustzijn en werd verzorgd door de helers; hij werd beschermd door de geestelijke aanwezigheid van de Wijze der Smarten/De Gebrekkige zonder Gebrek, in de Oude Taal 'Togira Ikonoka', die hem opdroeg Arya te volgen naar Ellesméra, de hoofdstad van de Elfen, om zijn opleiding te voltooien.